HERSENEN | Sandra Kooij

In deze eerste aflevering over hersenen wordt het verschil besproken tussen een ADHD-brein een een “normaal brein” op groepsniveau. Vaak lees je dat mensen met ADHD minder dopamine produceren, maar is dat ook zo? Waarom is het zo moeilijk om aan een activiteit te beginnen? Deze vragen worden gesteld aan psychiater en hoogleraar Sandra Kooij.

Sandra Kooij, een van de eerste psychiaters in Nederland die ADHD bij volwassenen signaleerde sprak in de podcast over ADHD in het brein. Zij benadrukt daarbij dat we nog lang niet alles weten, maar dat er zeker verschillen zijn tussen hersenen mét en zonder ADHD.

Net als bij alle psychiatrische stoornissen is er ook voor ADHD geen eenduidige test waarmee je kunt zien of je naar een brein kijkt van iemand met of zonder ADHD. Het krijgen van de diagnose blijft een combinatie van gedrag, persoonlijkheid, doen en laten. Daarnaast kunnen we het brein ook niet openmaken om te kijken hoe alles werkt, want dan gaat het kapot. Het onderzoek dat er plaats heeft gevonden en plaatsvindt, is op basis van indirecte tests. En alhoewel je dus op basis van een hersenscan geen label op iemand kan plakken, is er wel degelijk verschil gemeten.

Hersenactiviteit

De afwijkende factoren van hersenen van mensen met ADHD zijn alleen te zien op groepsniveau. Wanneer je de activiteit bekijkt van 20 mensen met en 20 mensen zonder ADHD zie je een verschil in bloeddoorstroming. De brandstof van de hersenen, zuurstof en suiker, wordt minder goed gebracht naar gebieden die geassocieerd worden met aandacht en impulsiviteit. Die gebieden werken niet zo goed als bij een “normaal” brein.

Volume

Daarnaast zijn de hersenen van kinderen met ADHD zo’n 5 procent kleiner dan van kinderen zonder ADHD. Wanneer er dan ook gedragsproblemfranken spelen, is het aannemelijk dat er een verband is tussen deze grootte en het functioneren. Opvallend is dat dit verschil in grootte van het brein na volwassenwording niet meer meetbaar is. Een van de verklaringen hiervoor is dat er sprake is van een rijpingsprobleem – een valse start – en dat dit later weer ingehaald wordt.

Het ADHD brein in slaapstand (Default Mode Network)

Een populaire theorie is dat er bij mensen met ADHD sprake is van onderactiviteit van de hersenen. Op het eerste gezicht lijkt dit erg tegenstrijdig met wat iemand met ADHD laat zien: vaak een verhoogde mate van bewegen, niet kunnen stilzitten en een eindeloze gedachtenstroom. Dit soort gedragingen en gedachten zouden compensatie kunnen zijn voor de “slaapstand” waar de hersenen van mensen met ADHD doorgaans in verkeren. Het kost zo bergen energie om dingen voor elkaar te krijgen.

Dopaminetekort

Dopamine is een activerende stof, die je nodig hebt voor volwassen gedrag: goed kunnen lezen, op kunnen ruimen, ordenen, relativeren en een over het algemeen rustige houding. Het is hartstikke moeilijk om dat soort taken goed te doen als je minder dopamine beschikbaar hebt. Dat mensen met ADHD ook minder dopamine zouden hebben kunnen we niet meten, maar we weten het op een indirecte manier. Medicatie zoals ritalin heeft namelijk een dopamineverhogende werking, waarmee klachten die bij ADHD spelen significant verminderen; tot wel 80 procent. Zo’n resultaat geeft overtuigend aan dat er waarschijnlijk een tekort is. Het wil niet zeggen dat je die stofjes niet aanmaakt, maar in ieder geval niet genoeg en/of niet op de goede plek.

Hyperfocus

In tegenstelling tot wat men soms denkt, is er geen verschil tussen mensen met en zonder ADHD als het gaat om het fenomeen hyperfocus. Bij hyperfocus gaat het brein in een dusdanig actieve stand, dat je erna vaak erg moe bent. Je kunt hierbij denken aan situaties zoals een examen of intensieve hobby waar veel aandacht voor nodig is. Omdat mensen met ADHD zich vaak slecht kunnen concentreren, valt het erg op wanneer dit plaatsvindt; het is alles of niets. Helaas gebeurt dit vaak bij slechts een klein aantal onderwerpen waar de persoon zich erg voor interesseert, en doorgaans niet bij (school)werk.

Geef een reactie